Hoe staat het met de toegang tot de rechter in Coronatijd. Rechtbank en advocatuur behoren tot de beroepen die ondanks het gevaar een Corona besmetting op te kunnen lopen voor publiek opengesteld moeten blijven. De rechtbanken zijn in de eerste coronagolf in 2020 een tijd gesloten geweest voor fysieke zittingen, de zittingen vonden via skype business online plaats, maar sinds april 2021 vinden de zittingen weer grotendeels fysiek plaats. Rechtbanken hebben in de tussenliggende maanden maatregelen getroffen zoals dat in de rechtszaal transparante schermen zijn aangebracht op de tafels waaraan advocaat en zijn partij plaatsnemen zodat zij elkaar niet (gemakkelijk) kunnen besmetten. In het gerechtsgebouw is er een verplichting om in de algemene ruimten een mondkapje te dragen. Maar om geen problemen met de verstaanbaarheid te creëren mag het mondkapje in de zittingszaal zelf afgezet worden. Het komt wel regelmatig voor dat een rechter, een griffier, een partij of diens advocaat in quarantaine moet en op grond daarvan de zitting als enige via een beeldscherm bijwoont. Als de rechter positief getest is op corona is dat meestal aanleiding om de zitting online te laten plaatsvinden. Als een van de andere betrokkenen bij een zitting positief getest zijn zet de griffier een laptop op tafel zodat hij/zij er virtueel toch bij is, en mee kan praten. Duidelijk is dat er na 2 jaar gewenning is opgetreden dat dit zo gebeurt. Niemand draait zijn hand er nog voor om als een zitting online plaatsvindt. Als advocaat kun je in deze tijd niet zonder een beeldscherm met camera en geluid. Een zitting waarbij de deelnemers elkaar via het beeldscherm ontmoeten verloopt nagenoeg identiek aan een zitting die fysiek plaatsvindt. De rechter geeft ieder van de partijen om de beurt het woord, stelt vragen aan partijen beoordeelt via het beeld en de antwoorden die een partij geeft wat voor vlees hij in de kuip heeft, hoort het juridische betoog van de raadsvrouwe aan en velt nadien zijn oordeel.

Indexering alimentatie 2020

Ieder jaar wordt het percentage vastgesteld waarmee zowel de vastgestelde partneralimentatie als kinderalimentatie moeten worden verhoogd. Dit percentage hangt af van de jaarlijkse stijging of daling van lonen. Voor het jaar 2020 is het percentage vastgesteld op 1.9. Het hoogste percentage over de afgelopen 10 jaar!

Dit betekent dat met ingang van 1 januari 2022 de bij rechterlijke uitspraak of bij overeenkomst vastgestelde bedragen voor kinderalimentatie en partneralimentatie met 1.9% omhoog gaan. Let op: bestaat al langer het recht op alimentatie, dan wordt het bedrag dat vorig jaar is geïndexeerd verhoogd met 1.9%. Niet het oorspronkelijk vastgestelde bedrag.

Deze wettelijke verhoging is automatisch van toepassing (‘van rechtswege’). Het is echter mogelijk om hier in onderling overleg van af te wijken en bijvoorbeeld de indexering uit te sluiten, dan wel een ander percentage overeen te komen.

Vergeet je de indexering toe te passen, dan kan deze met terugwerkende kracht over de vergeten jaren worden gevorderd (met een maximum van vijf jaar terug). Hoewel 1.9% klinkt als een klein percentage kunnen de vergeten indexeringsbedragen toch flink oplopen. Wij raden u daarom altijd aan om uw ex-partner op de hoogte te stellen van de indexering en de nieuwe bedragen.

 

De gevolgen van het coronavirus zijn enorm. De getroffen maatregelen gaan steeds verder, duren langer en grijpen diep in. Het zijn onzekere tijden waarin niemand weet hoe lang deze situatie nog zal duren. De economie wankelt en dat voelt men wellicht nu al in zijn of haar portemonnee. Veel ondernemers ervaren of vrezen een grote inkomensterugval. Ook werknemers kunnen directe financiële gevolgen ervaren door bijvoorbeeld een lager inkomen wegens arbeidstijdverkorting of zelfs het failliet gaan van de werkgever. Dit kan leiden tot moeilijkheden om de alimentatie te betalen. Wat kun je in dat geval doen?
Alimentatie wijzigen kan niet zomaar. Je hebt dit immers samen afgesproken of misschien zelfs door de rechter laten bepalen. Zo’n wederzijdse afspraak kun je niet zomaar eenzijdig aanpassen. Het allerbelangrijkste in een situatie als deze is dan ook overleg. Bespreek met je ex-partner de situatie, leg uit hoe jij er financieel voorstaat en vraag ook naar je ex-partner. Ook hij of zij kan er immers financieel op achteruit zijn gegaan. Breng elkaar op de hoogte en bespreek of en hoe het bedrag aan alimentatie kan worden aangepast.
Maar wat moet je doen als je er samen niet uit komt? Dat hangt af van uw situatie.
1. Indien de alimentatie is vastgesteld door de rechtbank.
Als de alimentatie is vastgelegd door de rechtbank in een beschikking, dan kan uw ex-partner de alimentatie innen via instanties, zoals de deurwaarder of het LBIO als u besluit te stoppen met betalen. De instanties tonen vooralsnog geen coulance en zullen je een beperkte termijn geven om tot betaling over te gaan. Ga je hier niet vrijwillig toe over, dan kunnen ze beslag leggen op bijvoorbeeld je inkomen, uitkering of bankrekening. Zo zal de betaling van de alimentatie worden afgedwongen.
Wat je in dat geval kan doen is een procedure bij de rechtbank starten. Je vraagt de rechter dan om de alimentatie te wijzigen omdat jouw omstandigheden zijn gewijzigd. Het moet dan wel gaan om een significante wijziging. Een inkomensdaling over de periode van één, dan wel twee maanden rechtvaardigt niet zo’n procedure. Wij raden het enkel aan om zo’n procedure te starten als het je verwachting is dat je inkomen voor langere tijd verminderd zal zijn.
2. Indien de alimentatie zonder tussenkomst van de rechtbank is afgesproken.
Ook hier geldt dat je de alimentatie niet zomaar (eenzijdig) mag wijzigen. Uw ex-partner kan echter in dit geval geen deurwaarder of andere instantie inschakelen om de alimentatie te innen. Daar waar de gevolgen in het vorige geval vooral lagen bij de alimentatieplichtige kunnen de gevolgen in dit geval vooral liggen bij de alimentatiegerechtigde. Stopt u met betalen of vermindert u het bedrag, dan zal uw ex-partner naar de rechtbank moeten stappen om alsnog de eerder gemaakte afspraken te laten vastleggen in een beschikking. In deze procedure kunt u dan aangeven dat uw omstandigheden zijn gewijzigd en alsnog aanpassing van de oorspronkelijke afspraak vragen.

Gerechtelijke vaststelling vaderschap na overlijden en de verkrijging van opgeslagen DNA-materiaal door het ziekenhuis

Regelmatig komt de situatie voor dat een overleden vader zijn kind niet bij leven heeft erkend. Het kind wordt hierdoor niet als erfgenaam gezien. Er kan in zo’n geval aan de rechter worden verzocht om het vaderschap alsnog – na overlijden – gerechtelijk vast te stellen. Hiervoor is veelal wel een positieve DNA-test vereist. Dit kan tot de nodige moeilijkheden leiden. In onze praktijk deden zich twee van dit soort gevallen voor. De vader van de ene dochter is bij leven opgenomen geweest in het ziekenhuis waarbij er lichaamsmateriaal van hem is afgenomen en bewaard. De vader van de andere dochter heeft bij leven meegedaan aan een medisch-onderzoek in een (ander) ziekenhuis waarbij ook van hem lichaamsmateriaal is afgenomen en bewaard. Wij vragen de desbetreffende ziekenhuizen om dit lichaamsmateriaal af te geven in verband met het gewenste DNA-verwantschapsonderzoek.

Situatie 1 – opname ziekenhuis

Het ziekenhuis stemt uit zichzelf in met afgifte van het lichaamsmateriaal ten behoeve van een DNA-test. De reeds erkende kinderen van vader zijn het hier echter niet mee eens en er volgt een procedure. De voorzieningenrechter stelt voorop dat als uitgangspunt bij de beoordeling van de vordering geldt het recht van het kind om zijn of haar ouders te kennen (artikel 7 van het Verdrag inzake de rechten van het kind). De voorzieningenrechter volgt de dochter en het ziekenhuis in hun stelling dat het belang van de dochter om te weten van wie zij afstamt zwaarder weegt dan het algemene belang van het ziekenhuis tot geheimhouding (op grond van artikel 7:457 BW – de geneeskundige behandelingsovereenkomst). Meer woorden heeft de voorzieningenrechter hier niet nodig om het ziekenhuis te veroordelen tot afgifte van het lichaamsmateriaal.

Situatie 2 – deelname medisch wetenschappelijk onderzoek

Bij de andere dochter loopt het echter anders. Hoewel de familieleden van erflater in dit geval juist aangegeven geen enkel bezwaar te hebben, weigert nu het ziekenhuis om in te stemmen met het verzoek tot afgifte van het lichaamsmateriaal. Ook hier volgt een procedure. De voorzieningenrechter stelt dat de ‘gewone’ geheimhouding (van artikel 7:457 BW) toepassing mist nu onvoldoende is gebleken dat het lichaamsmateriaal is afgegeven in het kader van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. In plaats daarvan volgt de geheimhoudingsplicht van het ziekenhuis uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming, hierna ‘AVG’.

Dan komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de door de dochter gevorderde verstrekking van het DNA-materiaal op geen enkele van de in de AVG genoemde voorwaarden kan worden gebaseerd (artikel 9 lid 2 onder a-j). Het is het ziekenhuis daarom op grond van de AVG verboden het DNA-materiaal te verstrekken.

Om te kijken of de geheimhouding toch kan worden doorbroken wordt ook hier het belang van de dochter om te weten van wie zij afstamt gewogen met het belang van het ziekenhuis bij geheimhouding. Een uitvoerige onderbouwing van de ratio van de geheimhoudingsplicht volgt. Het risico van doorbreking van de geheimhoudingsplicht is dat bereidheid om deel te nemen aan medisch-wetenschappelijk onderzoek afneemt uit angst dat er na overlijden gebruik wordt gemaakt van het DNA-materiaal voor andere doeleinden dan waarvoor het beschikbaar is gesteld. Nu volgens de voorzieningenrechter niet is uitgesloten dat de rechtbank het ouderschap van erflater aan de hand van andere gegevens vast zal stellen moet het belang van het ziekenhuis zwaarder wegen. Afwijzing met een proceskostenveroordeling tot gevolg.

Een in het licht van de eerdere uitspraak toch wel verrassende en voor cliënte lastig uit te leggen conclusie. Gelukkig heeft de rechtbank het ouderschap van erflater later alsnog – dankzij hulp van familieleden – vastgesteld.

F.D.D. Janssen

Heeft u vragen over de gerechtelijke vaststelling van het ouderschap? Neem dan gerust contact op met een van de familie- en erfrechtspecialisten van Baerle87 Advocaten & Mediators.

Een pasgetrouwd echtpaar, beiden midden 30, gaat de dag na hun huwelijk op huwelijksreis naar de Dominicaanse Republiek. Tijdens de reis wordt het stel na een diner in het hotel-restaurant onwel. Ze moeten naar het ziekenhuis en het stel overlijdt op dezelfde dag als gevolg van een voedselvergiftiging. De vrouw overlijdt 23 minuten eerder dan de man. Het stel had geen testament en geen kinderen. De nalatenschap heeft een waarde van ongeveer € 200.000. Wie krijgt deze erfenis? Wie zijn de erven? De familie van de man of ook de familie van de vrouw? Voor deze lastige beslissing stond het gerechtshof Den Haag.

Als er geen testament is opgesteld bepaalt de wet wie wat erft. Daarin staan de regels van het erfrecht. Alleen wanneer de volgorde van overlijden niet kan worden vastgesteld bepaalt de wet dat wordt geacht dat personen gelijktijdig zijn overleden. Nu vaststaat de vrouw eerder is overleden zijn partijen niet volgens de wet gelijktijdig overleden en is de man de erfgenaam van de vrouw. Dit brengt met zich mee dat de man eerst alles erft van de vrouw en vervolgens de familie van de man alles van de man (en dus eigenlijk van het stel). De familie van de vrouw stelt dat in deze uitzonderlijke situatie toch moet worden gedaan alsof partijen gelijktijdig zijn overleden. “Beiden waren ziek als gevolg van eenzelfde voedselvergiftiging en het is slechts toevallig wie eerst is overleden. (…) Als zij in de nacht in hun hotelkamer waren overleden, had niemand kunnen bepalen wie van beiden eerst was overleden”.

Rechtbank

De rechtbank gaat hier niet in mee. Het is duidelijk wie als eerste is overleden. In plaats daarvan oordeelt de rechtbank dat in deze zeer uiterlijke situatie de normale regels van het erfrecht buiten toepassing moeten worden gelaten. Het toepassen van de rechtsregel zou namelijk indruisen tegen het rechtsgevoel en is juridisch gezegd naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De rechtbank stelt vast dat de familie van de vrouw de erven van de vrouw zijn.

Gerechtshof

Het gerechtshof Den Haag oordeelt echter anders. Wel neemt het hof daar de tijd voor. Het hof geeft aan dat het duidelijk is dat wat de man en de vrouw is overkomen zeer schrijdend is en dat het leed van hun nabestaanden onbeschrijflijk groot moet zijn. Ook schrijft het hof dat het beseft dat dit geen makkelijke boodschap is voor de familie van de vrouw.

Met het buiten toepassing laten van een rechtsregel moet echter zeer terughouden worden omgegaan. Het hof legt uit dat het erfrecht de overgang van goederen regelt. Dit raakt niet alleen de rechten van de erfgenamen, maar ook de rechten van anderen. Denk bijvoorbeeld aan schuldeisers. Indien de goederen naar persoon A gaan, dan hebben zijn schuldeisers een grotere verhaalsmogelijkheid, gaan de goederen echter door een uitspraak van de rechter toch naar persoon B, dan zijn de schuldeisers van persoon A in hun verhaal verminderd. Een belangrijk rechtsbeginsel in het erfrecht is dan ook het beginsel van rechtszekerheid, oftewel de zekerheid over wat de regels inhouden in een specifieke situatie.

Voor het buiten toepassing laten van de wet moeten er uitzonderlijke omstandigheden zijn. Het hof vindt dat daarvan geen sprake is in deze zaak. Daarbij legt het hof nog uit dat de wetgever tijdens het opstellen van deze regel een vergelijkbare situatie als deze heeft besproken en er dus voor heeft gekozen om het zo te regelen als nu in de wet is vastgelegd. Het hof verklaart voor recht dat de man, bij uitsluiting van ieder ander, de enig erfgenaam is van de vrouw. Een lastige beslissing in een tragische zaak.

Heeft u vragen over een erfenis? Neem dan gerust contact op met een van de erfrechtspecialisten van Baerle87 Advocaten & Mediators.

 

De ingevoerde maatregelen tegen de verspreiding van Corona roepen voor veel gescheiden ouders extra vragen op. Ben je bijvoorbeeld nog steeds verplicht om je aan de omgangsregeling te houden? Welke sociale contacten mag het kind wel en niet hebben? Wat als de ene ouder de maatregelen en adviezen strenger opvolgt dan de andere ouder?

Onze beroepsvereniging van Familie- en erfrecht Advocaten en Scheidingsmediators (vFAS) geeft de volgende 7 nuttige tips om met al deze vragen om te kunnen gaan:

  1. Blijf gezond

Vanzelfsprekend is dit in de eerste plaats van belang. Geef de kinderen het goede voorbeeld door vaak handen te wassen, schoon te maken en ‘sociale afstand’ te houden. Maar gezond blijven betekent ook: goed geïnformeerd zijn. Check regelmatig betrouwbare nieuwssites en blijf weg van de geruchtenstroom op social media.

  1. Wees eerlijk

Informeer de andere ouder eerlijk over eventuele blootstelling aan het virus en overleg samen welke stappen jullie kunnen ondernemen om het risico van besmetting voor de kinderen zo klein mogelijk te houden. Uiteraard stellen beide ouders elkaar direct op de hoogte wanneer de kinderen of zijzelf symptomen van besmetting vertonen!

  1. Blijf kalm

Wees eerlijk over de ernst van de pandemie, maar blijf kalm en vertel de kinderen dat je erin gelooft dat het voorbij zal gaan en dat betere tijden zullen aanbreken. Vermijd ondoordachte opmerkingen waar de kinderen bij zijn en zorg ervoor dat ze niet continu in aanraking komen met berichtgeving die is gericht op volwassenen. Stel ze tegelijkertijd in de gelegenheid vragen te stellen of hun zorgen te uiten en beantwoord hun vragen op een manier die bij hun leeftijd past.

  1. Hou je zoveel mogelijk aan het ouderschapsplan

Ook al zijn de omstandigheden op dit moment bijzonder, probeer ervoor te zorgen dat de afspraken met betrekking tot de omgangsregeling in het ouderschapsplan zoveel mogelijk worden nageleefd. Vermijd onnodige discussies. Probeer tegelijkertijd flexibel te zijn als dat nodig is vanwege de huidige omstandigheden, bijvoorbeeld omdat de andere ouder extra moet werken of ziek is. In sommige overeenkomsten is zelfs een regel opgenomen die voorschrijft dat als scholen worden gesloten, de omgangsregeling van kracht moet blijven alsof de school gewoon open is. Bekijk samen of dit ook op die manier haalbaar is.

  1. Wees creatief

Veel ouders moeten in deze situatie extra werken of komen juist tijdelijk zonder werk te zitten. Sommige plannen moeten onvermijdelijk worden aangepast. Probeer flexibel te zijn en creatieve oplossingen te bedenken om ervoor te zorgen dat de kinderen zoveel mogelijk het contact met beide ouders blijven behouden.  Moedig het contact aan wanneer de andere ouder de kinderen de komende tijd minder kan zien, bijvoorbeeld via Facetime of Skype.

  1. Toon begrip

Ongetwijfeld zal de huidige pandemie leiden tot economische achteruitgang en inkomstenverlies voor veel ouders. Dit kan problemen op leveren wanneer het gaat om het betalen of ontvangen van alimentatie. Wees als ouders begripvol naar elkaar toe, of je nu de alimentatieplichtige of de alimentatiegerechtigde ouder bent.

  1. Geef toe

Heeft één van u de kinderen de laatste tijd minder kunnen zien, bijvoorbeeld doordat hij of zij extra moest werken? Probeer dan, wanneer dat mogelijk is, om inhaaltijd voor die ouder te regelen. Wees hierin flexibel en blijf met elkaar overleggen hoe je hier het beste mee kom kunt gaan in deze ongebruikelijke situatie.

Probeert u er samen uit te komen, maar lukt dit niet en zou u wel wat begeleiding kunnen gebruiken bij het maken van nieuwe / tijdelijke afspraken, dan is mediation wellicht een optie voor u. Heeft u behoefte aan meer informatie of vragen? Neem dan gerust contact op met een van de familierechtspecialisten van Baerle87 Advocaten & Mediators.

Mensen doen vaak veel moeite om in een echtscheidingsconvenant tot goede afspraken over alimentatie te komen. Dit kost veel energie en dan willen ze – begrijpelijk – ook voor langere tijd weten waar ze aan toe zijn. De wet kent de mogelijkheid om een “niet-wijzigingsbeding” in het echtscheidingsconvenant op te nemen. Dit heeft tot gevolg dat eenmaal gemaakte afspraken nooit meer ge

wijzigd kunnen worden, ook niet als de omstandigheden in de toekomst wijzigen. Daar zijn een paar uitzonderingen op, zoals bijvoorbeeld een faillissement of wettelijke schuldsanering. Is opnemen van een niet-wijzigingsbeding altijd verstandig?

Een niet-wijzigingsbeding wordt regelmatig toegepast bij partneralimentatie. Vaak is het niet-wijzigingsbeding dan onderdeel van een groter geheel, waarbij ook afspraken worden gemaakt over de verdeling, de pensioenrechten en de verwachtingen over de termijn waarbinnen de ontvanger van de partneralimentatie zelf (meer) inkomen zal gaan verdienen. Voor degene die partneralimentatie betaalt kan het bijvoorbeeld aantrekkelijk zijn om voor een bepaalde periode een hogere alimentatie te betalen, maar dan wel met een duidelijke einddatum. Voor degene die alimentatie ontvangt kan dat financiële ruimte geven om zelf op termijn (hogere) eigen inkomsten te gaan verwerven bijvoorbeeld door eerst een opleiding te gaan volgen. Bij het maken van dit soort afspraken kan een niet-wijzigingsbeding goed werken.

Minder vaak spreken mensen af dat de kinderalimentatie niet gewijzigd kan worden, maar het komt wel voor. De Hoge Raad heeft in november een uitspraak gedaan over de vraag of een niet-wijzigingsbeding geldig is bij kinderalimentatie. De uitspraak komt er op neer dat, als de draagkracht van de alimentatie betalende ouder vermindert door een inkomensdaling, deze ouder aan het niet-wijzigingsbeding gehouden kan worden. Indien de draagkracht vermindert omdat de betalende ouder onderhoudsverplichtingen voor andere kinderen krijgt, kan het niet-wijzigingsbeding door

broken worden. Ook de andere kinderen van de betalende ouder hebben immers recht op een onderhoudsbijdrage! Een andere uitzondering kan zijn de situatie dat de daling van de draagkracht van de betalende ouder zo groot is dat hij/zij niet langer in het eigen levensonderhoud kan voorzien bij ongewijzigde handhaving van de overeengekomen kinderalimentatie.

Indien de draagkracht van de betalende ouder stijgt, bijvoorbeeld doordat het inkomen stijgt, dan is het niet-wijzigingsbeding nietig. De wet bepaalt namelijk dat ouders tenminste naar draagkrac

ht moeten voorzien in het onderhoud van hun kinderen. Dus een stijging van het inkomen kan leiden tot stijging van de kinderalimentatie, ondanks een niet-wijzigingsbeding. Het is goed dit in het achterhoofd te houden indien ouders – om welke reden dan ook – van plan zijn om een niet-wijzigingsbeding in hun echtscheidingsconvenant op te nemen.

De jaarlijkse stijging van het inkomen per 1 januari zal vrijwel nooit leiden tot doorbreking van een niet-wijzigingsbeding. De jaarlijkse stijging wordt geregeld via de wettelijke indexering. Per 1 januari 2020 is deze 2,5%. Deze moeten ouders zelf toepassen op de  vastgestelde alimentatie. Doen zij dit niet, dan lopen zij de kans dat in de loop der jaren een behoorlijke achterstand in alimentatie ontstaat. Dit kan onbedoeld tot vervelende conflicten leiden!

 

—Mr. de Visser

 

Wat is belangrijk in een mediation?

Vorige week vroeg ik aan twee mensen, die bij mij aan tafel zaten voor een mediation, wat zij belangrijk vonden om tot nieuwe afspraken te kunnen  komen over hun ouderschapsplan en de kinderalimentatie. Zij waren al een aantal jaren gescheiden en hun zorgregeling was dringend toe aan een onderhoudsbeurt. In de loop der tijd waren zij ieder hun eigen gang gegaan en de afspraken in het ouderschapsplan werden allang niet meer nageleefd. Er was wel overleg, maar alleen als het echt niet anders kon en vaak met veel onderlinge wrijvingen. Voor niemand echt prettig!

De een vond het belangrijk dat de communicatie verbeterd zou worden. De ander vond het belangrijk dat er duidelijke afspraken gemaakt zouden worden, die dan ook nagekomen zouden worden.

Een ouderschapsplan is bedoeld om ouders te ondersteunen hun kinderen zo goed mogelijk door de scheiding te laten komen. Goede communicatie en duidelijke afspraken zijn twee kanten van dezelfde medaille. Als het goed  is versterken zij elkaar. Sterker nog: het een kan niet zonder het ander!

Het is in de drukke jaren na een scheiding en het opstellen van een ouderschapsplan niet altijd makkelijk om het overleg over de kinderen gaande te houden. Toch is het belangrijk dit wel te proberen. Maar als het niet lukt, kan een mediation helpen om een aantal ingesleten patronen te doorbreken. Dit hoeft niet veel tijd te kosten als het al eerder was gelukt om een ouderschapsplan te maken. Een mediation kan dan een hoop ergernis voorkomen. En de kinderen zullen het in ieder geval waarderen!

Heeft u vragen over mediation bij scheiding (zowel echtscheiding als verbreken samenleving) of bij het opstellen van een ouderschapsplan? Neem dan gerust contact op met een van de mediators en familierechtspecialisten van Baerle87 Advocaten & Mediators.

Het is in de drukke jaren na een scheiding en het opstellen van een ouderschapsplan niet altijd makkelijk om het overleg over de kinderen gaande te houden. Toch is het belangrijk dit wel te proberen. Maar als het niet lukt, kan een mediation helpen om een aantal ingesleten patronen te doorbreken. Dit hoeft niet veel tijd te kosten als het al eerder was gelukt om een ouderschapsplan te maken. Een mediation kan dan een hoop ergernis voorkomen. En de kinderen zullen het in ieder geval waarderen!

Heeft u vragen over mediation bij scheiding (zowel echtscheiding als verbreken samenleving) of bij het opstellen van een ouderschapsplan? Neem dan gerust contact op met een van de mediators en familierechtspecialisten van Baerle87 Advocaten & Mediators.

Kinderen in Nederland kunnen niet onterfd worden. D.w.z. ze kunnen wel onterfd worden maar niet zonder daarvoor gecompenseerd te worden. Als ze dat willen en er aanspraak op maken ontvangen ze een ge
ldsom. Ze hebben recht op de helft van hun deel in geld. Niet op het dodenmasker of de koekoeksklok van oma of het mooie schilderij dat altijd in de woonkamer hing maar wel op hun deel van de waarde van alles. Om recht te doen aan de wens van de overledene krijgen ze niet net zoveel als de andere kinderen. Tegenover het verzorgingsrecht dat elk kind ten opzichte van zijn ouders heeft staat het recht zelf te mogen bepalen naar wie je vermogen gaat. Om aan beide zaken tegemoet te komen krijgt het onterfde kind de helft van wat de anderen krijgen. De zogenaamde legitimaris moet zijn recht wel binnen 5 jaar inroepen. Maar let op er is nog iets. De legitimaris krijgt meer als er schenkingen zijn gedaan. Dit om tegen te gaan dat het kind niets krijgt omdat alles voor overlijden is weggegeven.

-Mr. P.M. de Vries

Wet herziening partneralimentatie

 Per 1 januari 2020 gelden er nieuwe regels voor de duur van de partneralimentatie. Deze nieuwe regels gelden echter alleen voor mensen die na deze datum (1 januari 2020) gaan scheiden. Ben je al gescheiden of zit je al in een echtscheidingsprocedure bij de rechtbank, dan blijft de oude wet gelden, ook als er nog geen partneralimentatie is vastgesteld. De nieuwe wet heeft geen invloed op bestaande / lopende alimentatieverplichtingen. Hier volgt een beknopte samenvatting van de nieuwe regels:

Hoofdregel

Kort gezegd brengen de nieuwe regels met zich mee dat de duur van de partneralimentatie voortaan in principe de helft van de duur van het huwelijk zal zijn, maar met een maximum van 5 jaar.

  • Ben je 8 jaar getrouwd, dan zal er partneralimentatie worden vastgesteld voor 4 jaar (de helft van de duur van het huwelijk).
  • Ben je 12 jaar getrouwd, dan zal er partneralimentatie worden vastgesteld voor 5 jaar (de helft van de duur van het huwelijk is 6 jaar, maar het maximum is 5 jaar).

Uitzonderingen

De nieuwe wet geeft in twee specifieke gevallen een uitzondering, namelijk in geval van jonge kinderen (< 12 jaar) en in geval van langdurige huwelijken (>15 jaar). Hiernaast is er een algemene uitzondering, de hardheidsclausule.

Jonge kinderen:

Is er zorg voor kinderen jonger dan 12 jaar, dan duurt de partneralimentatie totdat het jongste kind 12 jaar oud is.

  • Ben je 4 jaar getrouwd en is er uit het huwelijk een kind geboren dat nu 2 jaar oud is, dan zal er partneralimentatie worden vastgesteld voor 10 jaar (duur totdat het kind 12 jaar oud is).

Langdurige huwelijken:

  1. Indien er sprake is van een huwelijk langer dan 15 jaar en de alimentatiegerechtigde (ontvanger) over minder dan 10 jaar de geldende AOW-leeftijd bereikt, dan duurt de partneralimentatie totdat de AOW-leeftijd is bereikt.
  • Ben je 6 jaar getrouwd en is de alimentatiegerechtigde 59 jaar oud, dan zal er partneralimentatie worden vastgesteld voor 8 jaar (duur totdat de alimentatiegerechtigde de geldende AOW-leeftijd van 67 jaar bereikt).
  1. Indien er sprake is van een huwelijk langer dan 15 jaar en de alimentatiegerechtigde (ontvanger) ouder is dan 50 jaar, dan duurt de partneralimentatie maximaal 10 jaar.
  • Ben je 8 jaar getrouwd en is de alimentatiegerechtigde 53 jaar oud, dan zal er partneralimentatie worden vastgesteld voor maximaal 10 jaar.

Hardheidsclausule:

De rechter kan, gelet op alle omstandigheden van het geval, de alimentatieduur verlengen. Deze uitzondering maakt maatwerk mogelijk. De rechter is echter zeer terughoudend met het toepassen van deze uitzondering. De wetgever heeft de volgende situaties waarin de hardheidsclausule zou kunnen worden toegepast genoemd:

  • De zorg voor een gehandicapt of ernstig ziek kind.
  • Langdurige intensieve mantelzorg voor familieleden.
  • Arbeidsongeschiktheid door tijdens het huwelijk ontstane gezondheidsproblemen.
  • Aantoonbaar door de alimentatieplichtige geweigerd verzoek om zorgtaken voor de kinderen over te nemen.

Bij een samenloop van omstandigheden waarop meerdere uitzonderingen van toepassing zijn, dan geldt de langste termijn.

De manier waarop de partneralimentatie wordt berekend blijft hetzelfde. Partneralimentatie wordt alleen vastgesteld de alimentatiegerechtigde hier behoefte aan heeft en de alimentatieplichtige het kan betalen (draagkracht).