Zoals al eerder aangegeven maakt de executeur een nalatenschap normaalgesproken klaar voor verdeling. Er bestaat echter ook een type executeur die de nalatenschap uiteindelijk ook mag gaan verdelen. Dit wordt de executeur-afwikkelingsbewindvoerder genoemd, de drie sterren executeur en soms ook wel de executeur testamentair.

Net als bij alle executeurs kan men deze executeur-afwikkelingsbewindvoerder alleen benoemen in zijn of haar testament. De executeur-afwikkelingsbewindvoerder wordt meestal ingesteld als de erflater mogelijke problemen tussen de erfgenamen voorziet en denkt dat het beter is als de executeur dit voor hun gaat oplossen.

Er wordt dan een executele ingesteld in combinatie met een afwikkelingsbewind. Hierdoor kunnen er veel meer bevoegdheden aan de executeur worden toegekend. In het testament kan uitgebreid worden bepaald wat de executeur-afwikkelingsbewindvoerder allemaal wel en niet kan, welke verplichtingen hij heeft tegenover de erfgenamen, wat zijn loon is, wanneer zijn taak klaar is, etc.

De executeur-afwikkelingsbewindvoerder heeft de meest vergaande bevoegdheden van alle soorten executeurs. Hij mag – en moet – de nalatenschap helemaal afwikkelen. De executeur-afwikkelingsbewindvoerder kan goederen uit de nalatenschap verkopen en de opbrengst hiervan verdelen. Bij testament kan hij zelfs de bevoegdheid krijgen om de nalatenschap volledig zelfstandig en naar eigen inzicht te verdelen. Meestal werkt het natuurlijk het prettigst als er bij het verdelen met de erfgenamen wordt overlegd, maar als te voorzien is dat dit overleg door conflicten niet tot resultaten zal leiden, dan kunnen de erfgenamen dus ook volledig buiten spel worden gezet. Het is dan aan de executeur-afwikkelingsbewindvoerder om de nalatenschap volledig af te wikkelen.

Heeft u vragen over een erfenis? Neem dan gerust contact op met een van de erfrechtspecialisten van Baerle87 Advocaten & Mediators.

Mediation of doorprocederen? Of allebei?

Ik treed al enige tijd op voor Annemiek, een jonge moeder van een leuke dochter. Zij heeft een relatie gehad met Jack en zij woonden samen in zijn koopwoning. Jack had hun dochter wel erkend, maar zij hadden niet geregeld dat het gezag over hun dochter gezamenlijk zou zijn. Toen er een einde aan de relatie kwam, moesten Annemiek en dochter verhuizen omdat de woning eigendom van Jack was. Jack zou een onderhoudsbijdrage voor hun dochter gaan betalen. Het leek allemaal zo simpel.

Inmiddels zijn Annemiek en Jack twee jaar verder en nog steeds aan het procederen. Over de kinderalimentatie zijn zij het niet eens geworden en Jack wilde dat hij samen het gezag over hun dochter zou krijgen. Annemiek had daar moeite mee omdat de onderlinge verhoudingen gaandeweg steeds verder verslechterd waren.

De rechtbank stelde daarom mediation voor om te proberen de verhouding tussen Annemiek en Jack te verbeteren. De rechtbank nam zelf een beslissing over de hoogte van de alimentatie.

De mediation leidde tot een overeenkomst dat in onderling overleg het gezamenlijk gezag werd geregeld. Annemiek dacht dat hiermee de kous af was. Maar ineens lag het hoger beroep van Jack tegen de vastgestelde alimentatie op de mat. Hij wil de alimentatie verlaagd hebben. Geen fijne verrassing voor Annemiek!

Natuurlijk heeft Jack het recht om de alimentatie in hoger beroep nog eens te laten beoordelen. Toch is het jammer dat dit niet in de mediation is benoemd. Het gevecht bij de rechter gaat nu dus gewoon door, maar dan alleen over de alimentatie. Annemiek vraagt nu zelfs een hogere alimentatie. Een verbetering van de onderlinge verhoudingen zit er helaas niet echt in.

De ervaring leert dat een mediation traject regelmatig buiten het zicht van de advocaten blijft en dat eindovereenkomsten niet van tevoren aan de advocaten worden voorgelegd. Misschien is dit omdat partijen en/of de mediator niet willen dat de advocaten allerlei  nodeloze discussies gaan opwerpen.

Aan de andere kant was het wel fijn geweest indien ik Annemiek er nogmaals op had kunnen wijzen dat Jack nog steeds in hoger beroep kon en dat het misschien handig zou zijn om meteen een afrondende deal over de alimentatie te sluiten voordat zij akkoord ging met het gezamenlijk gezag. Een gemiste kans!

Conclusie van dit verhaal: Mediation is een prima middel om conflicten op te lossen, maar zorg wel dat je overzicht houdt op alle juridische ins en outs. Ruggespraak met een advocaat kan hierbij zeer nuttig zijn (mits dit er niet toe leidt dat op alle slakken zout gelegd worden). Het is aan cliënten zelf om uiteindelijk de afweging hierin te maken. Een goede advocaat kan begeleiding op maat leveren.

Ook na een scheiding blijf je samen ouders. Om ouders hiervan bewust te laten zijn en dit ouderschap na scheiding zoveel mogelijk in goede banen te leiden schrijft de wet bij scheiding een ouderschapsplan voor. Het ouderschapsplan is een juridisch fenomeen dat inmiddels wel bij de meeste ouders bekend is, maar wanneer moet zo’n ouderschapsplan worden opgemaakt wat moet er dan allemaal in worden afgesproken? Het antwoord op deze twee vragen zal in het navolgende in grote lijnen aan de orde komen.

Wat moet er in een ouderschapsplan worden afgesproken?

In het ouderschapsplan moeten afspraken worden gemaakt over de verzorging en opvoeding van de kinderen. De wet schrijft ook voor dat wordt aangegeven hoe de kinderen zelf betrokken zijn bij het opstellen van het ouderschapsplan. Dit zal samenhangen met de leeftijd en karakters van de kinderen. In ieder geval is het belangrijk dat er naar de kinderen wordt geluisterd.

Er is een aantal verplichte punten die in het ouderschapsplan aan de orde moeten komen. Dit betreft de volgende drie onderwerpen:

– Hoe worden de zorg- en opvoedingstaken voor de kinderen verdeeld.

– Hoe en hoe vaak geven de ouders elkaar informatie en raadplegen zij elkaar over het kind.

– Hoe worden de kosten voor de verzorging en opvoeding van de kinderen geregeld (kinderalimentatie).

Lukt het niet om over alle onderwerpen op één lijn te komen en afspraken te maken, dan kan de rechter worden gevraagd over een van de (conflict)onderwerpen een beslissing te nemen. Denk hierbij met name aan de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de kinderalimentatie.

De ouders mogen verder alle redelijke afspraken opnemen in het ouderschapsplan die zij wensen. Denk bijvoorbeeld aan afspraken over het contact met beide families, huiswerk, bedtijden of regels voor de kinderen zelf. Het is ook praktisch in het ouderschapsplan op te nemen afspraken over hoe de ouders samen de belangrijke beslissingen over het kind nemen, zoals bijvoorbeeld over de schoolkeuze, de sportclubjes of de medische behandelingen.

F.D.D. Janssen

Het opstellen van een ouderschapsplan in tijden van scheiding is lang niet altijd gemakkelijk. Het is in ieders belang dat de afspraken in het ouderschapsplan goed zijn vastgelegd en mede daardoor voor lange tijd mee kunnen. Vaak is het verstandig hier door een deskundige bij geholpen te worden, bijvoorbeeld bij het uitrekenen van de kinderalimentatie. Heeft u vragen over een het opstellen of wijzigen van een ouderschapsplan? Of wilt u (alleen) dat een deskundige de berekening van de kinderalimentatie doet? Neem dan gerust contact op met een van de familie- en erfrechtspecialisten van Baerle87 Advocaten & Mediators

Op de dag van de erfenis op 13 november as. staat de executeur centraal. Reden om hier al vast iets meer over de executeur te vertellen. Een executeur wordt benoemd in een testament. Iemand die een executeur wil aanstellen zal dat dus moeten doen bij het opstellen daar van bij de notaris. In het testament kun je dan laten weten wie er executeur van jouw nalatenschap moet zijn en wat hij of zij moet doen. Voor de persoon van de executeur heb je de keuze tussen een bekende of een professional. Een bekende ligt voor de hand als er iemand is die geschikt is en er niet heel veel geregeld zal moeten worden. Een professional is fijn als de toekomstige erfgenamen naar verwachting veel tegengestelde belangen zullen hebben of de nalatenschap een grote omvang heeft. Wat de taken betreft: het regelen van de uitvaart komt vaak voor. Soms staat er dat de executeur een goed tehuis voor de honden van de overledene moet vinden. Een van de wettelijke taken van de executeur is het maken van een boedelbeschrijving. In een boedelbeschrijving somt de executeur op welke bezittingen de overledene had en welke schulden. Een andere wettelijke taak van de executeur is het betalen van de schulden van  de nalatenschap en het beheren er van. Dat klinkt niet meteen heel concreet. Een concreet voorbeeld van het beheren van een nalatenschap is dat in afwachting van verkoop het huis van de overledene onderhouden moet worden en de executeur zorgt dat dit gebeurt. Maar let op; een executeur mag niet verdelen. Alleen de erfgenamen zelf mogen de nalatenschap verdelen. De executeur mag het huis dus niet verkopen! Alleen als dit nodig zou zijn voor de betaling van schulden mag de executeur dit. Als de executeur het niet goed doet kan hij of zij ontslagen worden. Een enkele keer wendt een executeur die het even niet meer weet zich tot ons kantoor. Wij helpen hem of haar dan graag op de goede weg.

.

Als een erfgenaam nog voor overlijden een schenking heeft ontvangen van erflater kan dat invloed hebben op de erfenis. Bij het afwikkelen van een nalatenschap is het dan ook verstandig hiernaar te kijken en de bij leven gedane schenkingen te inventariseren. In de wet wordt overigens gesproken van giften. Dit is een ruimer begrip dan de term schenking, want onder giften vallen naast geldbedragen bijvoorbeeld ook kwijtscheldingen van schulden of de verkoop van eigendom voor een te lage prijs. Let hier dus op bij de afwikkeling van een nalatenschap, ook dit kan meetellen.

De twee meest voorkomende gevallen waarin giften van belang kunnen zijn:

  1. Inbreng

Allereerst bestaat er de mogelijkheid dat een bij leven ontvangen gift moet worden ‘ingebracht’ in de nalatenschap. Een gift hoeft alleen te worden ingebracht als de erflater dit, hetzij bij de gift, hetzij in zijn testament heeft voorgeschreven. De verplichting tot inbreng bestaat dus alleen als de erflater dat expliciet zo heeft bepaald en is er niet automatisch.

Inbreng is niet meer zo letterlijk als het wellicht klinkt en vroeger was. De gift hoeft niet te worden terugbetaald. Bij een verplichting tot inbreng moet de gift in mindering worden gebracht op het te ontvangen erfdeel als een soort verrekening. Ook is er door de wetgever een limiet gesteld aan de inbreng. Inbreng is niet verplicht voor zover de waarde van de gift groter is dan het erfdeel. Je hoeft dus nooit meer in te brengen dan je erfdeel.

  1. Legitieme portie

Een tweede veelvoorkomende situatie waarin giften van belang zijn is bij het berekenen van de legitieme portie. Bij het berekenen van de hoogte van de legitieme portie stel je eerst vast wat de nalatenschap voor waarde heeft. Daar tel je dan de volgens de wet in aanmerking te nemen giften bij op. Vroeger werden alle giften in aanmerking genomen, maar inmiddels geeft artikel 4:67 Burgerlijk Wetboek een limitatieve opsomming van de giften die bij de nalatenschap moeten worden opgeteld om de legitieme portie mee te berekenen. Welke giften er wel en niet mee tellen kan soms behoorlijk ingewikkeld worden. In ieder geval zijn dit alle giften die erflater in de laatste vijf jaar voor zijn overlijden heeft gedaan en alle giften aan zijn legitimarissen (veelal zijn kinderen). Als dan uiteindelijk de legitieme portie van een legitimaris is vastgesteld worden daar vervolgens de giften die de legitimaris zelf van erflater heeft ontvangen van afgetrokken, wederom als een soort verrekening.

F.D.D. Janssen

Giften kunnen bij de afwikkeling van een nalatenschap soms zorgen voor ingewikkelde situaties. Het is verstandig hiernaar te kijken en rekening mee te houden. Heeft u vragen over een nalatenschap? Neem dan gerust contact op met een van de familie- en erfrechtspecialisten van Baerle87 Advocaten & Mediators.

Inmiddels is bekend het percentage waarmee de alimentatie per 1 januari 2021 verhoogd wordt. Het percentage bedraagt 3,0%. Dit geldt voor kinderalimentatie, maar ook voor partneralimentatie. U moet dit zelf toepassen. Het is raadzaam om dit ook te doen. U loopt anders de kans dat na een aantal jaren een betalingsachterstand blijkt te zijn ontstaan, terwijl u toch altijd netjes heeft betaald!

Voor een handige rekentool: www.lbio.nl

Schenking onder schuldigerkenning

Niemand wordt gelukkig van het idee dat bij overlijden een deel van zijn of haar vermogen zal moeten worden afgedragen aan de belastingdienst. In sommige gevallen kan de erfbelasting oplopen tot wel 40%. Je kunt de omvang van je nalatenschap – en daarmee de te betalen erfbelasting – echter beïnvloeden door het doen van schenkingen. Wil je tegelijkertijd liever zelf de beschikking houden over je (geschonken) vermogen, dan is de schenking onder schuldigerkenning wellicht een oplossing.

Bij een schenking onder schuldigerkenning schenk je een bedrag aan iemand die je dierbaar is, maar kom je overeen dat je het bedrag aan diegene schuldig blijft totdat je overlijdt. Je leent het geld in feite gelijk weer terug. Op papier – en dus voor de belastingdienst – verschuift jouw vermogen naar een ander, maar in de praktijk verandert er niets. Reden waarom dit ook wel een schenking op papier wordt genoemd.

Er zijn 2 belangrijke vereisten voor een succesvolle schenking onder schuldigerkenning:

  1. Leg de schenking onder schuldigerkenning vast in een notariële akte.

De wet bepaald dat een schenking die de strekking heeft om pas na overlijden te worden uitgevoerd bij notariële akte moet worden vastgelegd. Besluit je de schuld al bij leven daadwerkelijk te betalen (af te lossen), dan is een notariële akte niet vereist, maar ons advies is: neem het zekere voor het onzekere en leg de schenking onder schuldigerkenning vast in een notariële akte.

  1. Er dient een jaarlijkse rente van 6% over de schuld te worden betaald.

Je moet als schenker een rente van 6% per jaar betalen aan degene die het geld geschonken heeft gekregen en vervolgens weer aan je heeft uitgeleend. Het is verschuldigde rente over de lening. Het is belangrijk dat dit later (na overlijden) kan worden bewezen, dus bewaar jaarlijks een kopie van het bankafschrift waarop de renteboeking is te zien.

Er zijn 2 belangrijke belastingtechnische gevolgen waar rekening mee moet worden gehouden:

  1. Schenkbelasting

De ontvanger van de schenking dient de schenking op te geven bij de belastingdienst en hier schenkbelasting over te betalen indien het bedrag hoger is dan zijn of haar vrijstelling.

  1. Inkomstenbelasting

De ontvanger van de schenking krijgt dit geld wel degelijk op papier in zijn vermogen (box 3). Deze dient hier dus jaarlijks inkomstenbelasting over te betalen voor zover het heffingsvrij vermogen wordt overtroffen. De schenker mag de schuld van zijn of haar vermogen in box 3 in mindering brengen.

Het wordt als belangrijk thema gezien. Je kinderen niet meer zien is om wanhopig van te worden. Soms is alles al geprobeerd maar helpt niets. Vaders –en soms moeders- strijden regelmatig lange tijd om te bereiken dat ze de kinderen na de echtscheiding kunnen blijven zien. Niet al te zelden brengt het einde van de relatie een palet van sterke gevoelens in ons los waar ook de kinderen in meegetrokken worden. Partners haten elkaar en willen elkaar nooit meer zien. De kwetsing is zo groot dat de ouder, als het even kan, er voor zorgt dat zijn ex-partner de kinderen nooit meer te zien krijgt. De (on-) gewilde invloed van de verzorgende ouder kan zo ver gaan dat het kind over gaat tot verstoting van de ouder bij wie ze niet wonen. Het kind wil dit niet maar voelt, dat de ouder bij wie ze wonen, het niet kan verdragen als ze ook van de andere ouder blijven houden. Dat heet met een Engels woord coping. Het is erg schadelijk voor een kind als het onbewust voelt daartoe over te moeten gaan. Procedures bij de rechter helpen niet of onvoldoende. In 1998 is het gezamenlijk gezag in het wetboek opgenomen. In 2007 is het gelijkwaardig ouderschap geïntroduceerd. Dit heeft de dingen aanzienlijk beter gemaakt voor vaders die met onwillige moeders te maken hebben maar nog steeds gaat het in 15% van de gevallen fout. In het komende jaar zal de expertgroep aan het werk gaan en met aanbevelingen komen.

-Mr. P. M de Vries

Wet herziening partneralimentatie

 Per 1 januari 2020 gelden er nieuwe regels voor de duur van de partneralimentatie. Deze nieuwe regels gelden echter alleen voor mensen die na deze datum (1 januari 2020) gaan scheiden. Ben je al gescheiden of zit je al in een echtscheidingsprocedure bij de rechtbank, dan blijft de oude wet gelden, ook als er nog geen partneralimentatie is vastgesteld. De nieuwe wet heeft geen invloed op bestaande / lopende alimentatieverplichtingen. Hier volgt een beknopte samenvatting van de nieuwe regels:

Hoofdregel

Kort gezegd brengen de nieuwe regels met zich mee dat de duur van de partneralimentatie voortaan in principe de helft van de duur van het huwelijk zal zijn, maar met een maximum van 5 jaar.

  • Ben je 8 jaar getrouwd, dan zal er partneralimentatie worden vastgesteld voor 4 jaar (de helft van de duur van het huwelijk).
  • Ben je 12 jaar getrouwd, dan zal er partneralimentatie worden vastgesteld voor 5 jaar (de helft van de duur van het huwelijk is 6 jaar, maar het maximum is 5 jaar).

Uitzonderingen

De nieuwe wet geeft in twee specifieke gevallen een uitzondering, namelijk in geval van jonge kinderen (< 12 jaar) en in geval van langdurige huwelijken (>15 jaar). Hiernaast is er een algemene uitzondering, de hardheidsclausule.

Jonge kinderen:

Is er zorg voor kinderen jonger dan 12 jaar, dan duurt de partneralimentatie totdat het jongste kind 12 jaar oud is.

  • Ben je 4 jaar getrouwd en is er uit het huwelijk een kind geboren dat nu 2 jaar oud is, dan zal er partneralimentatie worden vastgesteld voor 10 jaar (duur totdat het kind 12 jaar oud is).

Langdurige huwelijken:

  1. Indien er sprake is van een huwelijk langer dan 15 jaar en de alimentatiegerechtigde (ontvanger) over minder dan 10 jaar de geldende AOW-leeftijd bereikt, dan duurt de partneralimentatie totdat de AOW-leeftijd is bereikt.
  • Ben je 6 jaar getrouwd en is de alimentatiegerechtigde 59 jaar oud, dan zal er partneralimentatie worden vastgesteld voor 8 jaar (duur totdat de alimentatiegerechtigde de geldende AOW-leeftijd van 67 jaar bereikt).
  1. Indien er sprake is van een huwelijk langer dan 15 jaar en de alimentatiegerechtigde (ontvanger) ouder is dan 50 jaar, dan duurt de partneralimentatie maximaal 10 jaar.
  • Ben je 8 jaar getrouwd en is de alimentatiegerechtigde 53 jaar oud, dan zal er partneralimentatie worden vastgesteld voor maximaal 10 jaar.

Hardheidsclausule:

De rechter kan, gelet op alle omstandigheden van het geval, de alimentatieduur verlengen. Deze uitzondering maakt maatwerk mogelijk. De rechter is echter zeer terughoudend met het toepassen van deze uitzondering. De wetgever heeft de volgende situaties waarin de hardheidsclausule zou kunnen worden toegepast genoemd:

  • De zorg voor een gehandicapt of ernstig ziek kind.
  • Langdurige intensieve mantelzorg voor familieleden.
  • Arbeidsongeschiktheid door tijdens het huwelijk ontstane gezondheidsproblemen.
  • Aantoonbaar door de alimentatieplichtige geweigerd verzoek om zorgtaken voor de kinderen over te nemen.

Bij een samenloop van omstandigheden waarop meerdere uitzonderingen van toepassing zijn, dan geldt de langste termijn.

De manier waarop de partneralimentatie wordt berekend blijft hetzelfde. Partneralimentatie wordt alleen vastgesteld de alimentatiegerechtigde hier behoefte aan heeft en de alimentatieplichtige het kan betalen (draagkracht).

Een erfgenaam heeft drie keuzes met betrekking tot het al dan niet accepteren van een nalatenschap:

  • Beneficiaire aanvaarding, ook wel aanvaarding onder het voorrecht van boedelbeschrijving. In dit geval wordt het erfdeel slechts geaccepteerd indien de baten der nalatenschap de schulden overtreffen. Oftewel enkel wanneer er een positief saldo overblijft na voldoening van de schulden der nalatenschap ontvangt de erfgenaam het resterende erfdeel. Blijken de schulden der nalatenschap echter de baten te overtreffen dan hoeft de erfgenaam de schulden der nalatenschap niet te voldoen uit zijn privé vermogen zoals wel het geval is bij zuivere aanvaarding. In sommige gevallen, bijvoorbeeld wanneer een erfgenaam minderjarig is, is beneficiaire aanvaarding verplicht. Indien een erfgenaam beneficiair heeft aanvaard zal de nalatenschap in beginsel moeten worden vereffend.
  • Zuivere aanvaarding. Dit houdt in dat een erfgenaam zowel de baten als de schulden van een nalatenschap aanvaardt. Het heeft tot gevolg dat als de schulden van de nalatenschap niet uit de nalatenschap kunnen worden voldaan de erfgenaam deze uit zijn privé vermogen zal moeten betalen.
  • Verwerping van de nalatenschap. In geval van verwerping kiest men ervoor om geen erfgenaam in de nalatenschap zijn, men wordt geacht nooit erfgenaam te zijn geweest. Dit heeft meestal tot gevolg dat er plaatsvervulling optreedt waardoor de kinderen van de verwerpende persoon de erfgenamen worden in desbetreffende nalatenschap.

De erfgenamen hoeven niet allemaal dezelfde keuze te maken. Heeft een erfgenaam een keuze gemaakt dan is deze in principe onherroepelijk en kan hier derhalve, behoudens uitzonderlijke gevallen, niet meer op worden teruggekomen.