Advocaten

Familierecht – Erfrecht

Advocaat familierecht Amsterdam

Baerle87 heeft ruime ervaring in de behandeling van familierechtzaken. Wij adviseren en procederen inzake onderstaande onderwerpen:

  • Afstamming

    De juridische afstamming is voor de positie van een kind van groot belang. Het speelt bijvoorbeeld een rol bij de bepaling van de nationaliteit, het naamrecht, het gezag over het kind, de zorgplicht, het onderhoudsrecht en het erfrecht.

    Vader:

    • Een kind geboren uit een huwelijk (of geregistreerd partnerschap) krijgt van rechtswege (‘automatisch’) de echtgenoot van zijn moeder als (juridisch) vader. De vader kan in dit geval (indien nodig) ontkennen dat hij de vader van het kind is.
    • Een kind geboren buiten een huwelijk (of geregistreerd partnerschap) krijgt niet van rechtswege een vader. De vader zal het kind in dat geval moeten erkennen als zijn kind. Hiervoor is niet vereist dat de vader ook de biologisch vader is van het kind.

    Een vader kan zijn juridisch vaderschap verliezen door ontkenning, vernietiging van de erkenning en adoptie.

    Moeder:

    • De moeder van een kind is in veel gevallen de vrouw uit wie het kind geboren is.
    • Het is echter ook mogelijk om twee moeders te hebben (duomoederschap). Wat betreft de moeder uit wie het kind niet is geboren geldt nagenoeg hetzelfde als hiervoor vermeld voor de vader, echter gelden een aantal aanvullende eisen zoals een verklaring van de Stichting Afstammingsvoorlichting.

    Een moeder uit wie het kind geboren is kan haar juridisch moederschap niet verliezen, behalve door adoptie van haar kind. Een moeder uit wie het kind niet geboren is kan haar juridisch moederschap verliezen door ontkenning, vernietiging van de erkenning of adoptie.

  • Adoptie

    Indien een kind afkomstig is uit een land dat partij is bij het Haags Adoptieverdrag en de adoptie is uitgesproken in dat land van herkomst dan is er geen verdere adoptieprocedure vereist in Nederland. De adoptie uitspraak wordt hier automatisch erkend.

    Is het land van herkomst waar de adoptie is uitgesproken echter geen partij bij dit Verdrag dan zal de rechtbank in Nederland de adoptie moeten uitspreken. Hiervoor zal er bij de bevoegde rechtbank in Nederland een verzoekschrift moeten worden ingediend door een advocaat. In beginsel zal de rechtbank de verzochte adoptie uitspreken waardoor een familierechtelijke betrekking met het geadopteerde kind ontstaat.

    In geval van adoptie bestaat in zijn algemeenheid de mogelijkheid om de voornamen van het kind te wijzigen. Ook dit kan door het indienen van een verzoekschrift bij de rechtbank. Wanneer het om het eerste kind gaat, bestaat de mogelijkheid ook een wijziging van de achternaam te verzoeken.

  • Alimentatie

    Als gehuwden of geregistreerd partners uit elkaar gaan, houdt de onderlinge verzorgingsplicht niet op. Afhankelijk van onder andere de duur van de relatie, de welstand tijdens het huwelijk, de behoefte, ieders inkomen en de onderlinge draagkracht kan partneralimentatie onderling worden overeengekomen of op verzoek worden vastgesteld door de rechter. Wijziging na vaststelling door de rechter is slechts mogelijk bij een (ingrijpende) verandering van omstandigheden. Het berekenen van de behoefte, de behoeftigheid en de draagkracht, zeker indien één van de partners een eigen bedrijf heeft, is gespecialiseerd werk en vergt een gedegen economische en fiscale kennis.

    Voor kinderalimentatie geldt dat de kring van alimentatieplichtige ouders niet beperkt is tot voormalig gehuwden of geregistreerd partners. Ook de biologische en de juridische vader zijn alimentatieplichtig. De alimentatieplicht geldt in beginsel tot kinderen meerderjarig zijn geworden. Daarna vervalt deze plicht tenzij de jongmeerderjarige niet in eigen levensonderhoud kan voorzien.

  • Beëindiging samenwoning

    Indien een samenlevingsovereenkomst is gesloten, zal deze voor het grootste deel over en weer de rechten en plichten bepalen bij het besluit de samenwoning te verbreken. Biedt de bewoordingen van de samenlevingsovereenkomst onvoldoende uitkomst of ontstaan er conflicten, bijvoorbeeld over niet geregelde kwesties, dan is het raadzaam om zich bij te laten staan door een advocaat.

    Ook wanneer geen samenlevingsovereenkomst is gesloten, kan bijstand van een advocaat gewenst zijn bijvoorbeeld wanneer er gezamenlijke kinderen zijn. In dat geval dienen er afspraken te worden gemaakt over een omgangsregeling en de bijdrage in de kosten van opvoeding en verzorging (kinderalimentatie).

  • Bewindvoering

    Als iemand schulden maakt en daardoor zijn vaste lasten niet meer kan betalen, kan dit reden zijn om een bewindvoerder aan te stellen. Een bewindvoerder regelt de betaling van de vaste lasten van het inkomen dat elke maand wordt ontvangen en maakt een klein gedeelte over aan de onder bewind gestelde om van te leven. Zo kunnen er geen (nieuwe) schulden worden gemaakt. Soms komt een familielid het meest in aanmerking om bewindvoerder te worden. Soms ook is het beter een neutrale instelling te laten benoemen. Een familielid of de persoon zelf kan een verzoek indienen bij de kantonrechter. Is de onder bewind te stellen persoon het er niet mee eens of zijn andere familieleden het er niet mee eens dan is het goed een advocaat in te schakelen om het verzoek in te dienen.
  • Boedelscheiding

    Een gemeenschap van goederen ontstaat -kort gezegd- wanneer partijen gezamenlijk goederen aanschaffen, maar ook wanneer zij samen een schuld aangaan. In beginsel zijn getrouwde partijen of geregistreerd partners van rechtswege voor de helft eigenaar van alle bezittingen, maar voor het geheel aansprakelijk voor alle schulden. Door het opmaken van huwelijkse of geregistreerde partnerschapsvoorwaarden kan dit beginsel worden doorkruist. Ook niet-gehuwden en niet geregistreerd partners kunnen gezamenlijk goederen aanschaffen of een lening aangaan.

    Wanneer gehuwden of geregistreerd partners hun samenleving verbreken en hun bezittingen en schulden willen verbreken, heet dat een boedelscheiding. Bij anderen spreken we over een verdeling van een deelgenootschap.

    De verdeling in geval van een boedelscheiding betreft alle gezamenlijke bezittingen (activa) en schulden (passiva). Daarbij valt te denken aan een woning, de inboedel, bankrekeningen, verzekeringen, pensioenen en alle gemeenschappelijke schulden. De waarde en de omvang van de gehele gezamenlijke boedel dient te worden vastgesteld op de datum waarop het verzoekschrift tot echtscheiding is ingediend (de peildatum). Al hetgeen na deze datum is verworven dan wel na deze datum als schuld is aangegaan, valt buiten de gemeenschap van goederen.

  • Echtscheiding / ontbinding geregistreerd partnerschap

    Ontbinding van het huwelijk (echtscheiding) of van het geregistreerd partnerschap kan op de enige grond ‘duurzame ontwrichting’. Een verzoek tot echtscheiding kan door één of door beide partners worden ingediend. In het laatste geval wordt gesproken over een gemeenschappelijk verzoek tot echtscheiding.

    De echtscheiding kan alleen door de rechtbank worden uitgesproken. Het verzoek tot echtscheiding kan uitsluitend door een advocaat worden ingediend. Als er minderjarige kinderen zijn, dient een ouderschapsplan bij het verzoek te worden gevoegd. De echtscheiding komt eerst tot stand door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van de rechtbank in de registers van de burgerlijke stand.

    Naast het verzoek tot echtscheiding sec, kunnen er tal van nevenverzoeken worden ingediend. Te denken valt aan wie er in de woning blijft wonen, de verdeling van banksaldi, roerende zaken, de verevening van pensioenen, de toerekening van schulden, de hoofdverblijfplaats van en omgang met kinderen, alimentatie voor de partner en voor kinderen etc .

  • Convenant

    Bij het uiteengaan van huwelijkspartners en geregistreerd partners, kan een convenant worden opgesteld waarin partijen de afwikkeling van hun relatie onderling regelen onder regie van een advocaat die voor beiden optreedt of onder regie van twee advocaten die ieder voor elk van de partijen optreedt. De rechter wordt dan niet voorgelegd om over elk onderdeel van de nevenverzoeken een oordeel te vellen. Het ondertekende convenant wordt aan het verzoek en de beschikking van de rechtbank waarin de ontbinding van de relatie wordt uitgesproken gehecht. De rechtbank toetst hetgeen overeengekomen is marginaal, maar dit betekent niet dat de afspraken voor partijen niet bindend zijn. Wanneer er een verandering van omstandigheden optreedt die noopt tot wijziging van het convenant dan kunnen partijen dit onderling overeenkomen, maar kan ook altijd het oordeel van de rechter worden ingeroepen.
  • Huwelijkse voorwaarden

    Als er huwelijkse voorwaarden (of partnerschapsvoorwaarden) zijn opgemaakt, dan dienen deze bij de beëindiging van de relatie te worden betrokken. Veel voorkomende problemen in dit verband treden op bij verrekeningsbedingen, inbreng bij het aangaan van de huwelijkse voorwaarden, uitsluitingsclausules bij erfenissen, ontvangen ontslagvergoedingen, wat kosten van de gemeenschap zijn, de verdeling van (de opbrengst van) de koopwoning (zeker als eigendom en financiering een eigen regime kennen) etc. Zijn er geen huwelijkse voorwaarden opgemaakt, dan geldt de algehele gemeenschap van goederen. In beginsel geldt dan de verdeling van de goederen bij helfte.

    Indien u geen huwelijkse voorwaarden laat opstellen geldt tot 1 januari 2018 dat er dan een gemeenschap van goederen ontstaat.  Na 1 januari 2018 ontstaat slechts een gemeenschap van goederen indien en voor zover de goederen na het huwelijk zijn verkregen dan wel al gezamenlijk waren voorafgaand aan het huwelijk.

     

    Met ingang van 1 januari 2018 geldt de wet beperking van de wettelijke gemeenschap. De wet is een doorbreking van de gemeenschap van goederen zoals we die tot heden kennen. De gemeenschap omvat na 1 januari 2018 alle goederen die gezamenlijk zijn voor het huwelijk en de goederen die na het huwelijk zijn verkregen.  Goederen die van een echtgenoot zijn worden door het huwelijk niet gemeenschappelijk. Erfenissen en giften worden alleen gemeenschappelijk indien dit in het testament is bepaald.  De nieuwe wet is alleen van toepassing op huwelijken gesloten na 1 januari 2018.

  • Mediation

    Wanneer partijen niet met onoverbrugbare verschillen te kampen hebben, maar er zelf (juridisch) niet helemaal uitkomen, is mediation een begaanbare weg. Voordeel is dat er kosten bespaard kunnen worden door het vermijden van langdurige procedures. Tevens kan een mediation relatief snel worden afgerond. Voorwaarde is wel dat partijen allebei water in de wijn willen doen, vertrouwen in de mediator hebben en de mediator zich onafhankelijk opstelt. Komen partijen er alsnog niet uit, dan kan de advocaat daarna niet meer voor één van beide partijen optreden.
  • Naamswijziging

    Het is mogelijk de voornaam te laten wijzigen, b.v. vanwege religieuze redenen, om een bepaalde achtergrond te benadrukken of om een roepnaam die afwijkt van de bij de geboorte verkregen naam te formaliseren. Wijziging van de achternaam is aanzienlijk ingewikkelder, aangezien deze sterker met de afstamming samenhangt.
  • Omgang

    De kinderen en de andere ouder hebben recht op omgang met elkaar. Het belang van de kinderen staat daarbij voorop. Een weekend in de 2 weken is vrij gebruikelijk alsmede de helft van de schoolvakanties. Partijen kunnen altijd in onderling overleg een andere omgangsregeling treffen. Bij zogenaamd co-ouderschap worden de zorgtaken zoveel mogelijk gelijkelijk verdeeld.
  • Onderbewindstelling, curatele en mentorschap

    Het komt voor dat een van de ouders of een ander familielid niet goed meer voor zichzelf kan zorgen, niet meer met geld kan omgaan of geen verantwoorde beslissingen meer kan nemen. Is er een medische oorzaak en heeft een arts die oorzaak schriftelijk vastgesteld dan kan het nodig zijn het familielid onder curatele te stellen. Dit moet door middel van een verzoekschrift opgesteld door een advocaat. Ook kan het zijn dat een familielid niet met geld om kan gaan zodat de schulden steeds meer oplopen en het ene gat met het andere wordt gevuld. Dan is het mogelijk de kantonrechter te verzoeken om het familielid onder bewind te stellen. Iemand moet dan als bewindvoerder op willen treden en elke maand de huur, de premie ziektekosten etc. van het inkomen van de onder bewind gestelde betalen en een regeling met alle schuldeisers te treffen. Ook is het mogelijk een instelling als bewindvoerder te laten benoemen.
  • Ontkenning / erkenning ouderschap

    Wordt een kind buiten een huwelijk of geregistreerd partnerschap geboren, dan kan de vader het kind erkennen. Dat kan met toestemming van de moeder of via een gerechtelijke procedure. De vader is dan niet alleen de biologische verwekker maar ook de juridische vader van het kind. Omgekeerd kan de biologische vader via een DNA-onderzoek trachten aan te tonen dat hij niet de vader is, mocht de moeder stellen dat dit wel het geval is.
  • Gezag

    Als gehuwden en geregistreerd partners minderjarige kinderen hebben, dan hebben zij in beginsel van rechtswege gezag na beëindiging van de relatie. Wanneer na verloop van tijd blijkt dat de ene ouder zich niet of nauwelijks met het gezag over de kinderen bemoeit of de andere ouder zelfs belemmert in de uitoefening van het gezag dan kan de rechter worden verzocht het eenhoofdig gezag uit te spreken.

    Ouderlijk gezag aanvragen. In geval partijen niet gehuwd of geregistreerd partner zijn, ligt de situatie anders. De moeder heeft van rechtswege gezag. Indien de vader het kind heeft erkend, kan ook hij met gezag bekleed worden. Als de moeder daarmee instemt, kunnen partijen met een daartoe strekkende verklaring zelf een verzoek bij de rechtbank indienen. Als de moeder niet instemt, kan de vader eenzijdig via een advocaat een verzoek bij de rechtbank indienen.

    Ten slotte kunnen er tal van kwesties waarover partijen het niet eens zijn ten aanzien van het gezag aan de rechter worden voorgelegd. Te denken valt aan het doorbrengen van vakanties met de kinderen in het buitenland, het onder medische behandeling stellen van een kind, het verzoek mee te werken aan het aanvragen van een identiteitskaart voor het kind etc.

  • Ouderschapsplan

    Wanneer echtgenoten of geregistreerd partners de rechter verzoeken hun relatie te ontbinden èn er minderjarige kinderen zijn, dan moeten partijen een ouderschapsplan overleggen. Daarin maken partijen afspraken over de wijze waarop zij met de kinderen na beëindiging van hun relatie omgaan. Er wordt b.v. in vastgelegd hoe de omgang is geregeld, of er en zo ja wat er aan alimentatie voor de kinderen wordt betaald, hoe er wordt omgegaan met ziekte en school van de kinderen etc.
  • Pensioenverevening

    Partijen hebben na ontbinding van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap in beginsel recht op elkaars opgebouwde pensioenrechten. Ingewikkelder wordt het wanneer één of beide partners een eigen bedrijf heeft en er in dat bedrijf pensioen is opgebouwd, b.v. via een zogenaamde fiscale oudedagsreserve (bij een eenmanszaak of een personenvennootschap) of via een pensioenvoorziening in eigen beheer (bij een rechtspersoon als een B.V.). Eén van de opties is om de bestaande pensioenpot in het bedrijf te verdelen en een deel te laten afstorten bij een pensioenverzekeraar teneinde zelfstandig een aanspraak te doen gelden en verder op te bouwen onafhankelijk van de voormalige partner.
  • Straat- en contactverbod

    Wanneer één van de ouders de ander ouder het leven zo zuur maakt, dat een ernstig gevaar dreigt voor die ouder of voor de kinderen, kan die ouder een straat- en/of contactverbod vorderen, eventueel verzwaard met een dwangsom. Dit houdt in dat de bedreigende ouder zich niet langer mag ophouden in een nader omschreven gebied.
  • Woon- en verblijfplaats kinderen

    De woon- en verblijfplaats van kinderen komt eerst op na het uiteengaan van partijen. Hoofdregel is dat de kinderen verblijven bij de ouder die de kinderen meestentijds opvoedt en verzorgt. Op dat adres worden zij dan ook ingeschreven en aan die ouder wordt de kinderbijslag ook uitgekeerd.

Jeugdrecht

Het jeugdrecht omvat kort gezegd de kinderbeschermingsmaatregelen onder toezichtstelling (OTS), uithuisplaatsing (UHP) en ontheffing uit het gezag.

  • Ondertoezichtstelling (OTS)

    Bij onder toezichtstelling wordt er een voogd benoemd van een jeugdzorginstelling die aanwijzingen kan geven over de wijze waarop het kind moet worden opgevoed of verzorgd. Het kind blijft dan nog wel bij de ouders. Tegen een aanwijzing kan worden opgekomen bij de rechtbank. De maatregel van OTS wordt doorgaans opgelegd voor de duur van een jaar en moet op straffe van verval telkens op verzoek van jeugdbescherming tijdig via een rechterlijke machtiging worden verlengd.
  • Ontheffing uit het gezag

    Op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming kan de rechter een ouder uit het gezag ontheffen indien de minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de opvoeding en verzorging van de minderjarige binnen een bepaalde termijn (alsnog) op zich te nemen.

    De ouder die het aangaat kan zich steeds tegen voornoemde maatregelen bij de rechtbank verweren.

  • Uithuisplaatsing (UHP)

    De uithuisplaatsing is een verder strekkende maatregel. Het kind verblijft dan in een pleeggezin. Dat kan een netwerkpleeggezin (familie of bekenden) zijn of een ander pleeggezin. Ook deze maatregel moet periodiek worden verlengd op verzoek van jeugdbescherming of de Raad voor de Kinderbescherming. De ouder(s) heeft/hebben nog wel het gezag, maar zijn minder betrokken bij de dagelijkse opvoeding en verzorging van het kind. Vanwege de dan ontstane spagaat wordt deze maatregel niet eindeloos verlengd. Indien het kind zich goed hecht in het pleeggezin en het perspectief daar is komen te liggen, ligt een terugkeer naar het gezin waar het kind is geboren niet meer voor de hand.